|
|
 |
 |
Een drijvend atelier
door Ties Rijcken en Marius Grootveld
World Art Delft droomt, maar slaapt niet. In de polder drijft een paviljoen, waar kinderen spelen, leren en nadenken over kunst, elkaar en het landschap dat hen omringt.
de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en
Daar ligt dat water – dat schitterende water.
Zie hoe het schittert, het schitterspreekt, schittertrompettert in de lucht.
Zonder verankering zoekt het paviljoen de plek waar de wind het naartoe duwt. Desgewenst grijpt iemand in, die het verdraait of verplaatst. Dat kost niet veel moeite. Door een gestroomlijnde vorm en een onzichtbaar drijflichaam lijkt het alsof het gebouw niet in maar op het water ligt. Waardig en bescheiden verstoort het paviljoen het landschap zo min mogelijk. Kinderen en jongeren krijgen er les, doen workshops en luisteren naar voordrachten. Er zijn nooit te veel stoelen en tafels, want ze worden opgeborgen in ruimtes onder de vloer. Het dak is een paddestoel van gelamineerde liggers, opgesteld rondom een centrale ruimte met toiletten en een keukentje. Lopend langs de glazen wanden zonder begin of eind komt buiten naar binnen. Soms is het buiten koud of moet het binnen donker zijn. Dan gaan rondom de dikke gordijnen dicht.
|
 |
 |
 |
Een normaal gebouw kan niet vrij bewegen. Het zit vast aan kabels, leidingen en een zware betonnen plaat. Het ellipsvormige paviljoen drijft heen en weer tussen stootkussens langs de wal, verborgen onder water, zodat de uitkragende rand dicht bij de kade kan komen. Het gebouw gebruikt geen electriciteit uit Arabië of gas uit Siberië maar zorgt zelf voor stroom, warmte en water. Het dak is bedekt met buigzame zonnecellen, gedrapeerd in een trechter die regenwater opvangt. Afvalwater gaat naar een installatie onder de vloer, dat het zuivert en loost in de vijver. Het drijflichaam is gemaakt van hard schuim en speciaal hogesterkte beton, gegoten in een dubbelgekromd raamwerk. Op vier plaatsen, zo ver mogelijk
uit elkaar, zijn watervaten ingepakt in het schuim. Een warmtepomp en zonnecollectoren verhitten het water en een netwerk van slangetjes verwarmt de vloer. De vaten hebben een tweede functie. Door sommige helemaal vol te pompen, en andere niet, ligt het paviljoen volledig waterpas. De hoogte van het peil in de vijver deert het gebouw geenszins.
De klimaatverandering is realiteit, en volgens velen een van de grootste problemen waar we vandaag de dag voor staan. Het drijvende paviljoen zoekt naar antwoorden, door zijn omvang bescheiden, maar met ambitie. Als de zeespiegel gestegen is en de Maeslantkering gesloten, gezwollen rivieren naar ruimte snakken en de Akkerdijkse polder water moet bergen, worden de kinderen in het paviljoen gelukkig gespaard. Misschien zal dit onze tijd wel duren. Maar dan nog biedt autarkische drijftechnologie ons voordelen. Immers, we hoeven niet te bouwen op een zandophoging van vijf meter en we zitten met onze neus op ons geliefde water. We trekken het paviljoen de schaduw in als het te warm is, en als we niet gestoord willen worden slepen we het achterin de vijver. Dit is de essentie van overstromingsbestendig bouwen: we weten niet wanneer een overstroming ons zal treffen, maar we zijn er op voorbereid en we zorgen dat we hoe dan ook profiteren van de nieuwe technologie. We voegen bij de zorg van Marsman het genoegen van Gorter.
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.
dat streefwater, dat geerwater, dat wilwelwater,
het valt al voorover met zijn onhoorbaar geschater
De dichtregels bevatten fragmenten van gedichten door Hendrik Marsman en
Herman Gorter, uit de bloemlezing "Water", uitgegeven bij uitgeverij RVU /
De Republiek.
|
 |
|
 |